2010

De Bokkenrijders

De eerste vermelding van de term bokkenrijders (oude spelling “bockereyders”) komt uit het boekwerk: Oorzaeke, bewys en ondekkinge van een goddelooze, bezwoorne bende nagtdieven en knevelaers binnen de Landen van Overmaeze en aenpalende landstreeken, geschreven in 1779 door S.J.P. Sleinada (een pseudoniem van Pastoor A. Daniels – lees de naam van achter naar voren). Deze was pastoor van de parochie Schaesberg, tegenwoordig onderdeel van Landgraaf. Hij kende verschillende bendeleden persoonlijk en was goed op de hoogte van de procesvoering. De sage wil dat de rovers een pact met de duivel hadden gesloten en zich ’s nachts op bokken voortbewogen. Het volk vertelde dat ze door de lucht vlogen, als ze de volgende spreuk opzegden: ‘Over huis, over tuin, over staak, en dat tot Keulen in de wijnkelder!’ Eenmaal per jaar reden ze naar de Mookerheide, naar hun meester, de duivel.




Plaats: de Bever en de Tomp te Achel in Belgie september 2010

Kemp P., Maastricht, 1925.
Limburgse sagen en legenden.

Leunissen J., Maasbree, .
Minnery, misdaad en magie

Venken J., 1983.
Mysterieuze verhalen uit de beide Limburgen.

Sinninghe Jacques RW, Heerlen, 1978.
Verhalen uit het land van Bokkenrijders en Teuten.

Welters H & Herberighs L., 1973.
Geheimzinnig Limburg, verhalen van vroeger.